Reglement

van de Venlose Biljart Bond en omstreken (VBBeo)

 

Inhoudsopgave

 

1.         Algemeen

2.         Competitie

            2.1.      Algemeen

            2.2.      Speeltijden

            2.3.      Speelvolgorde

            2.4.      Dit gedeelte is per 01-09-10 vervallen

            2.5.      Wedstrijden

            2.6.      Arbitrage

            2.7.      Te maken caramboles

            2.8.      Herzieningen bij nieuwe spelers

3.         Persoonlijke kampioenschappen

4.         Financiën

5.         Beroepsregeling

6.         Spelregels

            6.1.      Algemeen

            6.2.      Libre

            6.3.      Bandstoten

            6.4.      Kadre

            6.5.      Driebanden

7.         Oude versies van gewijzigde/verwijderde artikelen

 

1.         Algemeen

 

1.1.      Bij alle wedstrijden, die vallen onder verantwoordelijkheid van de VBBeo, is aanwezigheid van

            dit reglement in het speellokaal verplicht.

 

1.2.      Leden van de VBBeo dienen te handelen naar de letter en de geest van dit reglement.

 

1.3.      Elke speler dient zich sportief en behoorlijk te gedragen.

 

1.4.      Het is verboden boven het biljart te roken.

 

1.5.      Het verenigingsjaar van de VBBeo loopt van 1 augustus t/m 31 juli van het daarop

            volgende kalenderjaar.

 

1.6.      Een speler mag gedurende één verenigingsjaar in één spelsoort slechts voor één bij de

            VBBeo aangesloten vereniging uitkomen.

            Bij hoge uitzondering kan het Bondsbestuur van deze regel afwijken.

 

1.7.      Overtreding van dit reglement, ongeacht welk artikel, kan door het Bondsbestuur worden

            bestraft met een geldboete van maximaal € 50,00 en/of een schorsing als lid van de VBBeo

            voor nader te bepalen tijdsduur.

            Schorsingen worden alleen opgelegd aan individuele leden van de VBBeo.

            Geldboetes kunnen worden opgelegd aan bij de VBBeo aangesloten verenigingen, en aan

            individuele leden van de VBBeo.

            Bij sommige artikelen zijn de sancties op overtredingen nader gepreciseerd.

 

1.8.      In alle gevallen waarin dit reglement niet voorziet, beslist het Bondsbestuur.

 

1.9.      Bij het in werking treden van dit reglement vervallen alle eerder uitgebrachte reglementen.

 

1.10.     Inwerkingtreding van dit reglement:

            Eerste versie:   1 augustus 2002

            Huidige versie:  28 mei 2017

 

2.         Competitie

 

2.1.      Algemeen

 

2.1.1     De competitieleider heeft gedurende de gehele competitie het recht bij overtredingen van het

            reglement een vereniging of speler te beboeten. Ook als een overtreding in een later stadium

            wordt geconstateerd, al dan niet hierop geattendeerd door een of meer belanghebbende

            verenigingen uit de betreffende afdeling.

 

2.1.2.    Als het totaal aantal wedstrijdronden van een competitie even is bestaan beide

            competitiehelften uit gelijke aantallen wedstrijdronden.

            Als het totaal aantal wedstrijdronden van een competitie oneven is (bij anderhalve competitie)

            wordt tot de eerste helft één wedstrijdronde meer gerekend dan tot de tweede helft.

 

2.1.3.    Dit artikel is per 01-09-11 vervallen.

 

2.1.4.    Dit artikel is per 01-09-11 vervallen.

 

2.1.5.    In elk team wordt een leider benoemd. Deze moet bij de inschrijving voor de competitie

            worden opgegeven. Bij competitiewedstrijden is de teamleider verantwoordelijk voor correcte

            verwerking van het wedstrijdformulier, en ondertekent dit. Verder onderhoudt hij alle contacten

            aangaande zijn team met bijvoorbeeld de competitieleider en andere teamleiders. Bij

            afwezigheid van de teamleider fungeert de hoogst geklasseerde speler van het team als zijn

            plaatsvervanger.

 

2.1.6.    Dit artikel is per 01-09-11 vervallen.

 

2.1.7.    Een speler die als vaste teamspeler is ingedeeld in de spelsoort driebanden, mag ook als

            vaste teamspeler ingedeeld worden in de spelsoort libre, en omgekeerd.

 

2.1.8.    Indien twee teams na afloop van de competitie gelijk zijn geëindigd wordt door deze teams

            een barragewedstrijd gespeeld.

 

2.1.9.    Een barragewedstrijd wordt gespeeld in een neutraal lokaal, aan te wijzen door het

            Bondsbestuur.

            De partijen worden geleid en staan onder toezicht van leden van het Bondsbestuur.

            De volgorde van spelen wordt bepaald door loting. Bij elke partij wordt door "trekken" bepaald

            wie de opstoot heeft.

 

2.2.      Speeltijden

 

2.2.1.    Competitiewedstrijden dienen zoveel mogelijk gespeeld te worden op de door het

            Bondsbestuur vastgestelde speeldata.

            Indien echter een wedstrijd niet op de daarvoor vastgestelde datum kan worden gespeeld,

            moet de teamleider van het verhinderde team in een zo vroeg mogelijk stadium contact

            opnemen met de leider van het andere team om een alternatieve speeldatum af te spreken.

            Indien de alternatieve speeldatum valt vóór de eigenlijke speeldatum, hoeft de competitieleider

            hiervan niet op de hoogte te worden gebracht. Wel moet het wedstrijdformulier uiterlijk twee

            werkdagen na de alternatieve speeldatum in zijn bezit zijn.

            Indien de alternatieve speeldatum valt ná de eigenlijke speeldatum, moet de competitieleider

            daarvan schriftelijk (met vermelding van de reden van uitstel) op de hoogte worden gebracht

            door de leider van de thuisclub, en wel uiterlijk twee werkdagen na de eigenlijke speeldatum.

            Indien de competitieleider van mening is dat de alternatieve speeldatum te laat is (bijvoorbeeld

            vanwege eventuele competitievervalsing of vaststelling nieuwe gemiddelden) zal deze de

            besturen van beide verenigingen verzoeken in onderling overleg een eerder tijdstip vast te

            stellen. Te denken valt dan aan spelen op zaterdag of zondag, eventueel overdag en/of in een

            ander speellokaal.

            Komt men niet tot overeenstemming dan krijgt de vereniging van het oorspronkelijk

            verhinderde team een boete van € 25,00 en stelt het Bondsbestuur een bindende speeldatum

            vast.

 

2.2.2.    Competitiewedstrijden beginnen om 19.30 uur. Van beide teams moeten dan minimaal drie

            spelers (inclusief reservespelers) aanwezig zijn. Bij driebanden is dat minimale aantal twee

 

2.2.3.    Wanneer een team zonder kennisgeving niet komt opdagen, moet het tegenstander-team dit

            binnen twee werkdagen na de officiële speeldatum schriftelijk doorgeven aan de betreffende

            competitieleider. De vereniging, waartoe het niet-opgekomen team behoort, krijgt een

            geldboete van € 25,00 terwijl de besturen van beide verenigingen alsnog een nieuwe

            speeldatum overeen moeten komen. Zie verder 2.2.1.

            Opkomst van minder dan drie spelers van een team (bij driebanden minder dan twee) wordt

            als niet opkomen beschouwd.

 

2.2.4.    Vakantie of ziekte van een speler wordt niet geaccepteerd als geldige reden voor het uitstellen

            van een wedstrijd.

 

2.3.      Speelvolgorde

 

2.3.1     a. De speelvolgorde van de vaste teamspelers is zoals die op de officiële spelerslijsten van de

            VBBeo staat. Die wordt bepaald aan de hand van de gemiddelden van de vorige competitie,

            zoals die door de VBBeo zijn vastgesteld. Bij vaste teamspelers met gelijke aantallen caramboles

            kan bij de inschrijving vóór de competitie de speelvolgorde door de vereniging worden opgegeven.

            Behoudens eventuele herzieningen blijft deze speelvolgorde het hele seizoen gehandhaafd.

            b. Bij een herziening van een vaste teamspeler wordt een eventuele nieuwe speelvolgorde

            vastgesteld door de VBBeo, waarbij wordt uitgegaan van het nieuwe gemiddelde.

            c. Als een invaller in een team een gelijk aantal caramboles moet maken als een vaste

            teamspeler, wordt de invaller lager geklasseerd. Bij meerdere invallers met gelijke aantallen

            te maken caramboles bepaalt het team ter plaatse de speelvolgorde van deze invallers. Een

            invaller in een team is een speler die niet als vaste teamspeler van dat team op de officiële

            spelerslijsten van de VBBeo staat, maar in dezelfde spelsoort wel als reservespeler of als

            vaste teamspeler van een ander team.

            d. Als een speler tijdens een wedstrijd een tweede partij moet spelen en door de voorgeschreven

            verhoging (zie 2.3.2) evenveel caramboles moet maken als een of meer van de andere aanwezige

            spelers wordt hij lager geklasseerd dan die andere spelers.

           

2.3.2.    Indien van een team slechts drie spelers aanwezig zijn, moet de laagst geklasseerde speler

            een extra partij spelen met 20% verhoging. De klassering van de spelers binnen het team

            moet hieraan worden aangepast. Bij driebanden geldt het voorgaande bij aanwezigheid van

            slechts twee spelers, en is de verhoging 10%.

            Er wordt afgerond op het dichtstbij gelegen gehele getal (waarbij ,5 en hoger naar boven

            wordt afgerond en lager dan 0,5 naar beneden).

 

2.3.3.    In normale volgorde worden de partijen gespeeld van hoge naar lage klassering.

            De volgorde van de te spelen partijen kan in onderling overleg worden gewijzigd. Bij

            onenigheid beslist de thuisclub. Als het bezoekende team wil afwijken van de normale

            speelvolgorde kan daarom beter tevoren telefonisch overleg plaatsvinden. Menen de

            bezoekers gegronde redenen te hebben de door de thuisclub vastgestelde volgorde niet te

            kunnen accepteren, dan dient hun teamleider zich onmiddellijk in verbinding te stellen met de

            betreffende competitieleider of bij diens afwezigheid met de secretaris van de de VBBeo.

            Diens beslissing is bindend voor beide teams.

 

2.5.      Wedstrijden

 

2.5.1.    Er wordt gespeeld volgens de spelregels van de betreffende spelsoort. Zie hoofdstuk 6.

 

2.5.2.    De arbitrage wordt gedaan door een speler van het thuisspelende team.

 

2.5.3.    Beide teams houden een tellijst bij. De schrijver van het thuisspelende team noemt na elke 10

            beurten de stand. Na akkoordverklaring door de schrijver van het bezoekende team wordt de

            partij voortgezet. Bij onenigheid beslist de scheidsrechter.

 

2.5.4.    Indien een speler om welke reden dan ook een partij voortijdig beëindigt, dan wel zonder

            toestemming van de scheidsrechter onderbreekt, wordt hij tot verliezer van die partij verklaard.

 

2.5.5.    Voor elke gewonnen partij krijgt het betreffende team 2 wedstrijdpunten en de tegenstander

            0 wedstrijdpunten. Voor elk gelijkspel krijgen beide teams 1 wedstrijdpunt.

            Daarnaast kent de competitieleider een extra wedstrijdpunt toe aan het team met het hoogste

            scoringspercentage. Het behaalde scoringspercentage van een team is het percentage van de

            door het team totaal te maken caramboles, dat daadwerkelijk gemaakt is. Om verwarring te

            voorkomen wordt dit extra wedstrijdpunt meestal matchpunt genoemd.

            Bij exact gelijke scoringspercentages krijgen beide teams 0,5 matchpunt.

 

2.5.6.    Het wedstrijdformulier (in drievoud) wordt door de teamleider van het thuisspelende team

            duidelijk, volledig, correct en naar waarheid ingevuld en ondertekend. Om

            naamsverwisselingen te voorkomen moeten de namen van de spelers exact worden

            ingevuld zoals deze op de spelerslijsten van de de VBBeo zijn vermeld.

            Na controle tekent de teamleider van het bezoekende team het formulier voor conform en

            akkoord. Het originele exemplaar is voor de competitieleider en moet binnen twee werkdagen

            na de speeldatum in zijn bezit zijn of naar hem zijn doorgefaxt. De kopieën zijn voor de

            secretariaten van beide verenigingen en moeten tot aan het einde van de competitie worden

            bewaard. Indien het origineel wordt doorgefaxt, moet dit bij het kopie van de thuisclub

            bewaard worden.

            Indien een wedstrijdformulier niet tijdig in het bezit is van de competitieleider, legt deze aan de

            thuisclub een boete op van € 10,00.

            Indien een wedstrijdformulier niet correct is ingevuld, legt de competitieleider aan de

            verenigingen van beide teams een boete op van € 10,00. Indien echter van een speler een te

            laag aantal te maken caramboles is ingevuld, dan krijgt alleen de vereniging van die speler een

            boete van € 10,00. Bovendien gaan eventueel door die speler behaalde wedstrijdpunten naar

            de tegenstander en het eventueel behaalde matchpunt naar het tegenstanderteam.

 

2.5.7     Indien een wedstrijdformulier wordt ingezonden waarbij moedwillig is afgeweken van het

            werkelijk behaalde resultaat, dan worden beide ondertekenaars van dat wedstrijdformulier

            geschorst voor de duur van maximaal 2 jaar. Bij aantoonbare medeplichtigheid van overige

            teamleden worden ook zij geschorst voor de duur van maximaal 2 jaar.

 

2.5.8.    Indien een team uit de competitie wordt teruggetrokken, wordt aan de betreffende vereniging een

            boete van € 50,00 opgelegd. Dit geldt vanaf het moment van inschrijven.

            Verder vervallen alle uitslagen van de door dit team gespeelde wedstrijden in de betreffende halve

            competitie, tenzij naar het oordeel van het Bondsbestuur een kennelijk onredelijke beïnvloeding

            van de eindstand hiervan het gevolg is. In dat geval kan het Bondsbestuur anders beslissen.

            Let op: bij anderhalve competitie wordt hierboven met halve competitie bedoeld: de eerste, tweede

            of derde halve competitie, dus niet de eerste of tweede helft van die competitie (zie 2.1.2).

 

2.5.9.    Gedurende de gehele competitie mogen per team per afdeling maximaal 12 spelers (inclusief

            de vaste spelers) worden ingezet. Bij overtreding hiervan wordt de betreffende partij ongeldig

            verklaard (zie 2.5.7).

 

2.6.      Arbitrage

 

2.6.1.    De arbiter leidt onder nauwgezette toepassing van de reglementen de partij met uitsluiting van

            ieder ander, dus ook van de spelers.

 

2.6.2.    De arbiter ziet erop toe dat de spelers zich correct en sportief gedragen en dat zij op het einde

            van hun beurt plaatsnemen op de voor hen gereserveerde stoel.

 

2.6.3.    De arbiter moet elke carambole duidelijk hoorbaar tellen. Hij vermeldt ook duidelijk hoorbaar

            de posities entré, à cheval en dedans zodra deze ontstaan. Na dedans moet de rode of witte

            bal uit de verboden zone, anders wordt deze afgeteld met de woorden: resté dedans.

 

2.6.4.    Na afloop van een beurt wordt de daarbij behaalde score tweemaal genoemd, bijvoorbeeld:

                        "14 maal noteren 14"

            De schrijver van de thuisclub herhaalt deze score duidelijk hoorbaar voor arbiter en schrijver

            van de bezoekers, zodat indien nodig door de arbiter gecorrigeerd kan worden.

            Indien een speler in zijn beurt niet scoort gebruikt de arbiter het getal nul, en niet bijvoorbeeld

            de aanduiding "poedel".

 

2.6.5.    De arbiter zal de optelling van de caramboles en de aantekening daarvan, alsmede de

            beurten op de door de schrijver bijgehouden tellijst controleren en, als hij daartoe

            aanleiding vindt, corrigeren.

 

2.6.6.    Zodra de arbiter constateert dat een fout is gemaakt of de tegenspeler maakt de arbiter hierop

            attent (b.v. bij het spelen van de verkeerde bal), moet hij de betrokken speler daarop attent

            maken, hem het doorspelen verbieden of beletten, een bij het maken van de fout gemaakte

            carambole ongeldig verklaren en derhalve niet tellen.

            Alle vooraf gemaakte caramboles in die beurt worden echter wel geteld.

 

2.6.7.    Als de speler die een fout heeft gemaakt, opnieuw stoot voordat de arbiter gelegenheid heeft

            om dit te verhinderen, zullen de ballen zo goed mogelijk in hun vorige positie worden hersteld.

 

2.6.8.    Het is de arbiter ten strengste verboden een speler opmerkzaam te maken op enige fout die

            deze op het punt staat te begaan. Uitzondering hierop is het aanwijzen van de speelbal,

            echter alleen indien de speler daar nadrukkelijk om verzoekt.

 

2.6.9.    De arbiter waarschuwt de speler als de speelbal vastligt met een der andere ballen.

 

2.6.10.  Uitsluitend de arbiter mag de ballen met de hand aanraken om ze op aquit te plaatsen, ze een

            andere plaats te geven als dit wordt vereist, of om ze te doen reinigen. Alvorens hij de ballen

            opneemt om ze te doen reinigen, merkt hij zorgvuldig de plaats waar zij zich bevinden. Bij

            hervatting van de partij plaatst hij elke bal zo goed mogelijk terug op de plaats waar die bal

            zich voor het reinigen bevond.

 

2.6.11.  De arbiter maakt de speler, die nog respectievelijk 5, 4, 3, 2 of 1 carambole(s) heeft te maken

            (bij het driebanden respectievelijk 3, 2 of 1), daarop opmerkzaam met de aankondiging

                        "en nog 5, 4, 3, 2, 1".

            Als de arbiter na de aankondiging "en nog 1" de laatste carambole heeft geteld, dan wordt de

            betrokken speler geacht het aantal caramboles, nodig voor het winnen of gelijkspelen van de

            partij, te hebben behaald. Zelfs als naderhand zou blijken dat een fout in de telling is gemaakt.

 

2.6.12.  De arbiter leidt een partij zo onopvallend mogelijk en mag op geen enkele wijze door woord of

            daad een speler hinderen, die op correcte wijze zijn partij speelt.

 

2.7.      Te maken caramboles

 

2.7.1.    Vóór het begin van de nieuwe competitie wordt voor elke speler het aantal te maken

            caramboles opnieuw vastgesteld op grond van het competitiegemiddelde van het

            voorafgaande seizoen. Dit competitiegemiddelde wordt door het Bondsbestuur vastgesteld

            op basis van alle door de speler gespeelde competitiepartijen in alle afdelingen van de

            betreffende spelsoort.

 

2.7.2.    Als een speler in zowel de eerste als tweede helft van de competitie elk minimaal 6 partijen

            gespeeld heeft, wordt voor het competitiegemiddelde het maximum genomen van:

            - het gemiddelde over alle partijen van de gehele competitie;

            - het gemiddelde over alle partijen die meetellen voor de eerste helft van die competitie.

            Bij libre wordt het gemiddelde afgerond op twee cijfers achter de komma (als het derde cijfer

            4 of minder is wordt naar beneden afgerond, als het derde cijfer 5 of meer is wordt naar boven

            afgerond). Bij driebanden wordt afgerond op drie cijfers achter de komma.

            Voor het begrip "eerste helft van de competitie" zie 2.1.2 (dat kan dus voor verschillende

            afdelingen verschillend zijn).

            Heeft een speler in de eerste of tweede helft van de competitie minder dan 6 partijen

            gespeeld dan neemt het Bondsbestuur een beslissing aangaande het vast te stellen

            competitiegemiddelde.

 

2.7.3.    Het aantal te maken caramboles wordt berekend met behulp van één van de onderstaande

            formules, afgerond op het dichtstbij gelegen gehele getal (waarbij ,5 en hoger naar boven

            wordt afgerond en lager dan 0,5 naar beneden):

            Libre:               30 × libregemiddelde + 5 met een minimum van 20

            Driebanden:      50 × driebandengemiddelde + 5 met een minimum van 16

            Bandstoten:      21 × bandstotengemiddelde + 10 met een minimum van 15

 

2.7.4.    Indien van een (nieuwe) speler het gemiddelde in een bepaalde spelsoort niet bekend is, maar

            in een andere spelsoort wel, kan gebruik worden gemaakt van de volgende omrekenformules:

            Driebanden:        5 × libregemiddelde + 10 met een minimum van 16

            Bandstoten:      11 × libregemiddelde + 15

            Bandstoten:      60 × driebandengemiddelde + 15

            Kadre:              20 × libregemiddelde

            Ook kan de volgende formule gebruikt worden: kadregemiddelde = 0,75 x libregemiddelde

 

2.7.5.    Voor een nieuwe speler, die maximaal twee jaar niet bij de VBBeo gespeeld heeft, wordt

            gestart met het laatst vastgestelde competitiegemiddelde.

 

2.8.      Herzieningen bij nieuwe spelers

 

2.8.1.    Van een nieuwe speler wordt op de spelerslijsten van de VBBeo de naam voorzien van de

            letter N, tenzij hij maximaal twee jaar geen lid van de VBBeo is geweest. In dat geval wordt

            achter zijn naam O-N (oud-nieuw) gezet. Een kadre-speler die libre gaat spelen (en

            omgekeerd) wordt eveneens als nieuwe (oud-nieuwe) speler beschouwd.

 

2.8.2.    Bij het libre kan van een nieuwe speler het aantal te maken caramboles gedurende de gehele

            eerste helft van de competitie worden herzien. Voor een N-speler is in alle gevallen zowel

            verhoging als verlaging mogelijk. Voor een O-N-speler is bij de eerste herziening alleen

            verhoging mogelijk, bij eventuele volgende herzieningen is ook verlaging mogelijk, echter nooit

            lager dan bij aanvang van de competitie.

            Als regel vindt herziening plaats na drie wedstrijden en op het einde van de eerste helft van de

            competitie. Om het "stelen" van wedstrijdpunten (zie 2.8.4) te voorkomen kan echter ook nog

            tussentijds herziening plaatsvinden.

            Na de eerste helft van de competitie wordt, mits minimaal 6 partijen gespeeld zijn, het aantal te

            maken caramboles definitief vastgesteld.

            Voor de begrippen "eerste en tweede helft van de competitie" zie 2.1.2.

 

2.8.3.    Bij het driebanden kan van een nieuwe speler het aantal te maken caramboles gedurende de

            gehele competitie worden herzien.

            Als regel vindt herziening naar boven plaats na elke twee wedstrijden.

 

2.8.4.    Indien bij een herziening van een speler het aantal te maken caramboles met meer dan het

            toegestane aantal moet worden verhoogd, worden de door hem eventueel "gestolen"

            wedstrijd- en matchpunten op zijn totaal in mindering gebracht en aan de respectievelijke

            tegenstanders toegewezen.

            Het voor verhoging toegestane aantal caramboles is 40% van het aantal te maken

            caramboles.

 

2.9.      Competitie-indeling

 

2.9.1.    De aangesloten verenigingen kunnen teams van vier spelers (bij driebanden teams van drie

            spelers) inschrijven op een door het Bondsbestuur vastgestelde datum, met opgave van de

            spelsoort en eerste en tweede voorkeurspeeldag. Bij deze inschrijving moet de

            Bondscontributie contant betaald worden, en voor elke nieuwe speler bovendien het

            inschijfgeld. Tevens moeten van elke nieuwe speler de benodigde gegevens schriftelijk

            worden ingediend.

 

2.9.2.    Van elke spelsoort wordt elk ingeschreven team geklasseerd volgens het door het team in

            totaal te maken aantal caramboles. Vervolgens worden van hoge naar lage klassering

            afdelingen gemaakt van redelijke aantallen teams. Van de volgorde van klassering kan daarbij

            door het Bondsbestuur enigszins worden afgeweken, bijvoorbeeld:

            - als er teveel teams van één vereniging in één afdeling ingedeeld zouden moeten worden;

            - als er teveel teams van één vereniging op éénzelfde speeldag ingedeeld zouden moeten

              worden;

            - als een team onmogelijk op een daarvoor bestemde speeldag kan spelen.

 

2.9.3.    Bij het verdelen van de afdelingen over de beschikbare speeldagen worden de volgende

            richtlijnen gehanteerd:

            - de hoogste twee of drie afdelingen libre op donderdag;

            - de middelste twee of drie afdelingen libre op maandag;

            - de onderste twee of drie afdelingen libre op vrijdag;

            - de afdeling(en) driebanden op dinsdag.

            Bij het samenstellen van de teams moet men hiermee rekening houden omdat slechts bij hoge

            uitzondering van deze speeldagverdeling afgeweken kan worden.

 

3.         Persoonlijke kampioenschappen

 

3.1.      De aanvang van de wedstrijden is om 19.30 uur. Alle spelers moeten dan aanwezig zijn, tenzij

            met de toernooileider anders is overeengekomen.

 

3.2.      Alle leden van de VBBeo kunnen aan de persoonlijke kampioenschappen deelnemen.

            Een nieuwe speler echter moet minimaal de helft van de voor hem vastgestelde wedstrijden in

            de eerste helft van de competitie gespeeld hebben (een tweede partij binnen één wedstrijd

            geldt dus niet als extra wedstrijd). Het Bondsbestuur heeft het recht in bijzondere gevallen

            hiervan af te wijken.

 

3.3.      Het aantal te maken caramboles bij de Persoonlijke Kampioenschappen wordt gebaseerd

            op het behaalde gemiddelde van de vorige competitie, met uitzondering van nieuwe en

            oud-nieuwe leden. Bij hen wordt het gemiddelde genomen van hun laatste herziening in de

            eerste helft van de lopende competitie.

 

3.4.      Diegene die zich voor deelname aan een of meer persoonlijke kampioenschappen heeft

            opgegeven is verplicht alle wedstrijden geheel uit te spelen, tenzij duidelijk overmacht is aan

            te tonen.

            Bij overtreding wordt de speler uitgesloten van deelname aan alle door de VBBeo

            georganiseerde wedstrijden voor de duur van maximaal 2 jaar en wordt hem bovendien een

            geldboete opgelegd van € 25,00.

 

3.5.      Indien een speler in een persoonlijk kampioenschap om welke reden dan ook uitvalt, vervallen

            de resultaten van de door hem gespeelde wedstrijden, behoudens dan indien een kennelijke

            onredelijke beïnvloeding vande eindstand hiervan het gevolg is. In dit geval kan het

            Bondsbestuur anders beslissen.

 

3.6.      De speler die winnaar wordt in een klasse van een bepaalde spelsoort vergaart voor dat jaar

            de titel:

            <spelsoort>kampioen van Venlo en omstreken afdeling <afdeling> voor het jaar <jaar>.

 

3.7.      Indien twee spelers gelijk aan de top eindigen dan wordt een barragepartij gespeeld. Eindigt

            deze partij gelijk dan is de speler kampioen, die over het gehele toernooi gerekend het

            hoogste scoringspercentage heeft.

            Indien meer dan twee spelers gelijk aan de top eindigen dan is het scoringspercentage

            bepalend voor de toewijzing van het kampioenschap. In overleg met de betreffende spelers is

            de toernooileider gerechtigd hiervan af te wijken en barragewedstrijden te laten spelen, echter

            uitsluitend indien alle betreffende spelers hiermee instemmen.

 

3.8.      In het lokaal van een vereniging, waarvan geen leden aan de persoonlijke kampioenschappen

            deelnemen, wordt principieel geen persoonlijk kampioenschap georganiseerd.

 

4.         Financiën

 

4.1       Het inschrijfgeld voor een nieuwe vereniging is € 23,00.

            Het inschrijfgeld voor een nieuw lid is:

            € 2,50 bij inschrijving voor de aanvang van het verenigingsjaar

            € 4,50 bij tussentijdse inschrijving

 

4.2       Het inschrijfgeld dient bij de inschrijving contant te worden voldaan of vooraf per bank te zijn

            overgeschreven (zie 4.8).

 

4.3.      De Bondscontributie is € 12,00 per lid per verenigingsjaar (of gedeelte daarvan).

 

4.4.      Wedstrijdformulieren kosten € 2,50 per team per competitie per verenigingsjaar.

            Tellijsten kosten € 2,50 per bloc.

 

4.5.      Deelname aan een persoonlijk kampioenschap kost € 7,50 per persoon per toernooi per

            verenigingsjaar.

 

4.6.      Het wijzigen van een voor een competitie ingeschreven team kost € 16,00 per keer.

 

4.6.a.    Geldboetes welke niet binnen een termijn van 14 dagen na dagtekening zijn voldaan, worden

            verhoogd met 100%.

 

4.7.      Overige betalingen, welke niet binnen de gestelde termijn zijn voldaan, worden verhoogd met

            1% per overschrijdingsmaand, afgerond naar boven op gehele procenten.

 

4.8.      Alle betalingen contant of op rekening NL95ABNA0436417758 t.n.v. de Penningmeester der VBBeo.

 

5.         Beroepsregeling

 

5.1.      Protesten over competitiewedstrijden moeten binnen vijf werkdagen schriftelijk worden

            ingediend bij de Beroepscommissie, met afschrift aan de competitieleider van de betreffende

            afdeling alsmede aan de secretaris van de VBBeo. De Beroepscommissie zal binnen

            veertien dagen na ontvangst van een protest het Bondsbestuur berichten over hun

            bevindingen.

            De secretaris van de VBBeo zal daarna de indiener schriftelijk de uitslag mededelen.

 

5.2.      Protesten over opgelegde boetes of straffen, zowel persoonlijk als aan aan de vereniging,

            moeten binnen vijf werkdagen schriftelijk worden ingediend bij de Beroepscommissie, met

            afschrift aan de secretaris van de VBBeo. De Beroepscommissie zal binnen veertien dagen

            na ontvangst van een protest het Bondsbestuur berichten over hun bevindingen. De secretaris

            van de VBBeo zal daarna de indiener schriftelijk de uitslag mededelen.

 

5.3.      Alvorens de Beroepscommissie een protest in behandeling neemt moet door de indiener de

            som van € 12,00 zijn overgemaakt naar de penningmeester van de VBBeo. Het bewijs van

            storting moet bij het ingediende protest worden overlegd. Bij toewijzing van het protest wordt

            dit bedrag teruggestort, tenzij de Beroepscommissie anders beslist (bijvoorbeeld bij

            gedeeltelijke toewijzing van een protest).

 

5.4.      De Beroepscommissie bestaat uit drie leden van de VBBeo die afkomstig zijn van drie

            verschillende verenigingen van de VBBeo, maar geen lid zijn van het Bondsbestuur. Zij

            worden op voordracht van het Bondsbestuur door de Jaarvergadering benoemd voor een

            periode van vijf jaar.

 

5.5.      Als een strafzaak in behandeling wordt genomen, betrekking hebbend op een of meer

            verenigingen waarvan leden in de Beroepscommissie zitting hebben, worden in deze zaak

            voor deze leden door het Bondsbestuur vervangers aangewezen onder dezelfde restricties

            als in 5.4.

 

5.6.      Bij een zitting van de Beroepscommissie is een lid van het Bondsbestuur als toehoorder

            aanwezig. Deze heeft tijdens de zitting wel spreekrecht maar geen stemrecht.

 

5.7.      De Beroepscommissie zal een in behandeling genomen strafzaak toetsen aan de

            reglementen, hoor en wederhoor toepassen en daarna vrijelijk en zonder inmenging van

            buitenaf een oordeel afgeven.

 

5.8.      De uitpraak van de Beroepscommissie is bindend voor alle betrokken partijen. Beroep

            hiertegen is slechts mogelijk op de Jaarvergadering van de VBBeo als hoogste wetgevend

            orgaan.

 

5.9.      Indien er een zaak wordt behandeld waarin de reglementen niet voorzien, zal de

            Beroepscommissie dienaangaande voorstellen ter wijziging uitwerken en indienen voor de

            eerstvolgende Jaarvergadering van de VBBeo.

 

5.10.     Tegen alle opgelegde straffen en/of boetes is beroep mogelijk op de eerstvolgende

            Jaarvergadering van de VBBeo.

 

6.         Spelregels

 

6.1.      Algemeen

 

6.1.1.    Bij competitiewedstrijden heeft de speler van de bezoekende vereniging de opstoot met de

            gemerkte bal. Bij persoonlijke kampioenschappen wordt door "trekken" bepaald wie de keuze

            mag maken.

 

6.1.2.    De arbiter plaatst de rode bal op het boven-acquit en de speelbal van de speler, die niet

            afstoot, op het midden-beneden-acquit. De speelbal van de speler, die de opstoot heeft, wordt

            naar diens keuze geplaatst op een van de andere beneden-acquits of op een andere vrije

            plaats op de afstootlijn tussen die beneden-acquits.

 

6.1.3.    In aanvangspositie moet direct van de rode bal worden gespeeld, behoudens dan wanneer

            tijdens de partij de ballen toevallig deze positie zouden innemen.

 

6.1.4.    Het raken met de speelbal, tengevolge van een aan die bal met de pomerans van de keu

            toegebrachte stoot, van beide andere ballen heet een carambole. Iedere geldige carambole

            telt voor één punt.

 

6.1.5.    Een gemaakte carambole is pas geldig zodra de ballen tot stilstand gekomen zijn en de arbiter

            over de geldigheid beslist heeft.

            De aan stoot zijnde speler heeft het recht de arbiter te verzoeken zijn beslissing te herzien,

            bijvoorbeeld bij het vastliggen der ballen. De niet aan stoot zijnde speler mag eveneens de

            arbiter verzoeken zijn beslissing te herzien, bijvoorbeeld bij een niet geconstateerde touché.

            Terwille van een soepel verloop van de partij mag de arbiter het punt tellen voordat de ballen

            tot stilstand zijn gekomen. Hij moet echter herstellen indien tijdens de uitloop alsnog een fout

            wordt begaan. De niet aan stoot zijnde speler mag de arbiter er op wijzen indien met de

            verkeerde bal wordt gespeeld.

 

6.1.6.    Zodra de arbiter voor een der spelers de laatste van het aantal door hem te maken

            caramboles heeft geteld is die speler winnaar, tenzij hij op dat moment een beurt meer heeft

            gehad dan zijn tegenstander, in welk geval deze het recht heeft op een gelijkmakende beurt.

            Daartoe worden de ballen door de arbiter voor hem in aanvangspositie geplaatst.

            Behaalt hij in die beurt eveneens het door hem te maken aantal caramboles, dan is de partij

            remise. Zo niet dan is de andere speler winnaar.

 

6.1.7.    Als fout wordt gerekend:

            a.         Het niet voldoen aan de regels in het algemeen, en voor de spelsoort waarin de partij

                        gespeeld wordt in het bijzonder.

            b.         Het doen uitspringen van een of meer ballen. Een bal wordt geacht te zijn

                        uitgesprongen zodra hij buiten het biljart terecht komt of indien hij de houten

                        omlijsting raakt.

            c.         De speelbal stoten alvorens alle ballen geheel stil liggen.

            d.         Biljarderen, hetgeen wil zeggen dat de pomerans nog in aanraking is met de speelbal

                        op het moment dat deze een tweede bal of de band raakt.

            e.         Direct spelen op een band waartegen de speelbal vastligt, zonder deze eerst door een

                        kopstoot (piqué of massé) daarvan vrij te hebben gespeeld.

            f.          Tijdens de stoot niet met tenminste één voet op de begane grond rust op het moment

                        van de afstoot.

            g.         Het spelen met een andere dan de eigen speelbal.

            h.         Het maken van tekens op het laken, een band of de omlijsting.

            i.          om welke reden dan ook aanraken van een bal waarmee de partij gespeeld wordt met

                        de hand, de keu, een kledingstuk, een ketting of elk ander voorwerp, alsmede op zulk

                        een bal laten vallen van enig voorwerp.

            Als een bal door het maken van een onder c-d-e-f-g-h-i gemaakte fout is verplaatst, moet hij

            blijven liggen in de door verplaatsing nieuw ontstane positie.

            Het maken van een fout heeft tot gevolg dat een bij of tengevolge van die fout gemaakte

            carambole niet geldig is.

            Een fout waaraan een speler geen schuld heeft (bijvoorbeeld doordat een passerend persoon

            tegen zijn keu stoot) wordt hem niet aangerekend. Is in dit geval de positie van de ballen

            veranderd, dan zal de arbiter de verplaatste bal(len) zo nauwkeurig mogelijk in de vorige

            positie herstellen.

 

6.1.8.    Bij de spelsoorten libre en kadre zijn op het speelvlak verboden zone's aangebracht. Zodra de

            twee ballen, waarop gecaramboleerd moet worden, allebei in dezelfde verboden zone terecht

            zijn gekomen, is de positie entré ontstaan. Wordt in deze positie een geldige carambole

            gemaakt zonder dat tenminste één van de ballen, waarop gecaramboleerd moet worden, deze

            verboden zone heeft verlaten, dan is de positie dedans ontstaan. In deze positie is een

            gemaakte carambole pas geldig als minstens één van de twee ballen, waarop

            gecaramboleerd moet worden, de betreffende verboden zone verlaten heeft. Wel kan hierbij

            onmiddellijk weer de positie entré ontstaan.

 

6.2.      Libre

 

6.2.1.    De verboden zone's zijn de rechthoekige driehoeken bij de hoekpunten van het speelvlak,

            waarvan de zijden langs de korte banden 17 cm en de zijden langs de lange banden 34 cm

            zijn. Voor deze verboden zone's gelden de regels voor entré, à cheval en dedans zoals deze

            gelden voor het kadre.

 

6.2.2.    Als de speelbal van een aan de beurt zijnde speler vastligt tegen een of beide andere ballen,

            dan heeft de speler keus tussen:

            a.         Door de arbiter alle ballen in de aanvangspositie laten plaatsen (zie 6.1.2).

            b.         Spelen van een niet vastliggende bal of van de losse band, dan wel gebruik maken

                        van een kopstoot (massé of piqué), mits de andere vastliggende bal(len) daarbij

                        onbewogen blijft.

            Het wordt niet als fout gerekend als de vastliggende bal zich bij de stoot beweegt door verlies

            van het steunpunt dat de speelbal hem vóór de stoot verleende (de bal verplaatst zich dan in

            de richting waarin de speelbal zich bevond).

 

6.2.3.    Bij het uitspringen van een of meerdere ballen moeten alle ballen in de aanvangspositie

            worden geplaatst (zie 6.1.2).

 

6.3.      Bandstoten

 

6.3.1.    Er zijn geen verboden zone's.

 

6.3.2.    Een gemaakte carambole is slechts geldig als de speelbal vóór het voltooien van de

            carambole tenminste één band heeft geraakt.

 

6.3.3.    Voor het vastliggen en uitspringen van de bal(len) gelden dezelfde regels als bij het libre.

 

6.4.      Kadre

 

6.4.1.    Het speelvlak wordt in negen vakken verdeeld door vier kaderlijnen, die zich bevinden

            - op 35 cm van de band bij een 2.10 biljart;

            - op 38 cm van de band bij een 2.30 biljart.

            De acht randvakken zijn verboden zone's; het middenvak is vrij.

 

6.4.2.    Voor de verboden zone's gelden de volgende regels.

            a.         Liggen de twee ballen waarop gecaramboleerd moet worden in eenzelfde kadervak,

                        ongeacht door wie van beide spelers de positie is ontstaan, dan is de positie entré

                        ontstaan. Wordt in deze positie een geldige carambole gemaakt zonder dat tenminste

                        één der ballen waarop gecaramboleerd moet worden het betreffende kadervak heeft

                        verlaten, dan is de positie dedans ontstaan. Om in deze positie een geldige carambole

                        te maken moet minstens één der ballen waarop gecaramboleerd moet worden buiten

                        het betreffende kadervak worden gestoten. De buiten het vak gestoten bal(len) mag

                        (mogen) echter in het vak terugkeren, waardoor weer de positie entré ontstaat.

            b.         Als een bal, waarop gecaramboleerd moet worden juist rust op een kaderlijn die het

                        vak begrenst waarin de andere bal waarop gecaramboleerd moet worden zich

                        bevindt, dan wordt de eerstbedoelde bal geacht in het vak te liggen, zodat ook hier de

                        positie entré ontstaat.

            c.         Rust echter een bal waarop gecaramboleerd moet worden juist op het kruispunt van

                        twee kaderlijnen die het vak begrenzen waarin de andere bal waarop gecaramboleerd

                        moet worden zich bevindt, dan wordt de eerstbedoelde bal geacht buiten het vak te

                        liggen.

            d.         De positie à cheval ontstaat als de ballen waarop gecaramboleerd moet worden in

                        twee aan elkaar grenzende vakken liggen, op zeer korte afstand van de kaderlijn die

                        ze scheidt.

 

6.4.3.    Voor het vastliggen en uitspringen van de bal(len) gelden dezelfde regels als bij het libre.

 

6.5.      Driebanden

 

6.5.1.    Er zijn geen verboden zone's.

 

6.5.2.    Een gemaakte carambole is slechts geldig als de speelbal vóór het voltooien van de

            carambole tenminste drie banden heeft geraakt.

 

6.5.3.    Bij het uitspringen van een of meerdere ballen moeten alle ballen in de aanvangspositie

            worden geplaatst (zie 6.1.2).

 

6.5.4.    Als de speelbal van een aan de beurt zijnde speler vastligt tegen een of beide andere ballen,

            dan heeft de speler keus tussen de volgende mogelijkheden a en b:

            a.         Spelen van een niet vastliggende bal of van de losse band, dan wel gebruik maken

                        van een kopstoot (massé of piqué), mits de andere vastliggende bal (ballen) daarbij

                        onbewogen blijft (blijven).

                        Het wordt hierbij niet als fout gerekend als de vastliggende bal zich bij de stoot beweegt

                        door verlies van het steunpunt dat de speelbal hem vóór de stoot verleende (de bal

                        verplaatst zich dan in de richting waarin de speelbal zich bevond).

            b.         Door de arbiter de ballen in één van de volgende drie posities laten plaatsen (zie 6.1.2).

                        Positie 1:

                        Als de speelbal van een aan de beurt zijnde speler vastligt tegen de rode bal, dan plaatst de

                        arbiter de rode bal op het boven-acquit en de speelbal op het midden-beneden-acquit. Is een

                        van deze acquits versperd door de derde bal, dan wordt de bal, die op het versperde acquit

                        geplaatst zou worden, geplaatst op het midden-acquit.

                        Positie 2:

                        Als de speelbal van een aan de beurt zijnde speler vastligt tegen de speelbal van de

                        tegenstander, dan plaatst de arbiter de speelbal van de aan de beurt zijnde speler op het

                        midden-beneden-acquit en de speelbal van de tegenstander op het midden-acquit.

                        Is een van deze acquits versperd dan wordt de bal, die op het versperde acquit geplaatst

                        zou worden, geplaatst op het boven-acquit.

                        Positie 3:

                        Als de speelbal van een aan de beurt zijnde speler vastligt tegen beide andere ballen, dan

                        plaatst de arbiter de speelbal van de aan de beurt zijnde speler op het midden-beneden-

                        acquit, de speelbal van de tegenstander op het midden-acquit en de rode bal op het boven-

                        acquit.

 

7.         Oude versies (uit 2013) van gewijzigde artikelen (2.3.2, 2.5.6, 2.5.7, 2.7.3, 4.1, 4.2, 4.8)

 

2.3.2.    Indien van een team slechts drie spelers aanwezig zijn, moet de laagst geklasseerde speler

            een extra partij spelen met 20% verhoging. De klassering van de spelers binnen het team

            moet hieraan worden aangepast. Bij driebanden geldt het voorgaande bij aanwezigheid van

            slechts twee spelers, en is de verhoging 10%.

            Er wordt afgerond op het dichtstbij gelegen gehele getal (waarbij ,5 en hoger naar boven

            wordt afgerond en ,4 en lager naar beneden).

 

2.5.6.    Het wedstrijdformulier (in drievoud) wordt door de teamleider van het thuisspelende team

            duidelijk, volledig, correct en naar waarheid ingevuld en ondertekend. Om

            naamsverwisselingen te voorkomen moeten de namen van de spelers exact worden

            ingevuld zoals deze op de spelerslijsten van de de VBBeo zijn vermeld.

            Na controle tekent de teamleider van het bezoekende team het formulier voor conform en

            akkoord. Het originele exemplaar is voor de competitieleider en moet binnen twee werkdagen

            na de speeldatum in zijn bezit zijn of naar hem zijn doorgefaxt. De kopieën zijn voor de

            secretariaten van beide verenigingen en moeten tot aan het einde van de competitie worden

            bewaard. Indien het origineel wordt doorgefaxt, moet dit bij het kopie van de thuisclub

            bewaard worden.

            Indien een wedstrijdformulier niet tijdig in het bezit is van de competitieleider, legt deze aan de

            thuisclub een boete op van € 10,00.

            Indien een wedstrijdformulier niet correct is ingevuld, legt de competitieleider aan de

            verenigingen van beide teams een boete op van € 10,00.

            Indien een wedstrijdformulier wordt ingezonden waarbij moedwillig is afgeweken van het

            werkelijk behaalde resultaat, dan worden beide ondertekenaars van dat wedstrijdformulier

            levenslang geschorst. Bij aantoonbare medeplichtigheid van overige teamleden worden ook

            deze levenslang geschorst.

 

2.5.7.    Indien een speler een partij heeft gespeeld waarvan achteraf geconstateerd wordt dat deze

            ongeldig was en dat de tegenstander dit redelijkerwijze niet kon weten, dan gaan de eventueel

            in die partij behaalde wedstrijdpunten naar de tegenstander en het eventueel behaalde

            matchpunt naar het tegenstanderteam.

            Aan de betreffende vereniging wordt een boete opgelegd van € 10,00.

            Een overwinning is bijvoorbeeld ongeldig als bij een nieuwe speler geen rekening is gehouden

            met een tussentijdse herziening door de competitieleider.

 

2.7.3.    Het aantal te maken caramboles wordt berekend met behulp van één van de onderstaande

            formules, afgerond op het dichtstbij gelegen gehele getal (waarbij ,5 en hoger naar boven

            wordt afgerond en ,4 en lager naar beneden).

            Libre:               30 × libregemiddelde + 5 met een minimum van 20

            Driebanden:      50 × driebandengemiddelde + 5 met een minimum van 16

            Bandstoten:      21 × bandstotengemiddelde + 10 met een minimum van 15

 

 

3.3.      Het aantal te maken caramboles is het maximum van:

            - het aantal te maken caramboles in de vorige competitie;

            - het aantal te maken caramboles op basis van het gemiddelde over alle partijen die meetellen

              voor de eerste helft van de huidige competitie.

 

4.1.      Het inschrijfgeld voor een nieuwe vereniging is € 23,00.

 

4.2.      Het inschrijfgeld voor een nieuw lid is:

            € 2,50 bij inschrijving voor de aanvang van het verenigingsjaar

            € 4,50 bij tussentijdse inschrijving

 

4.3.      De Bondscontributie is € 10,00 per lid per verenigingsjaar (of gedeelte daarvan).

 

4.8.      Alle betalingen contant of op rekening 436417758 (ABN Amro) t.n.v.

            de Penningmeester der VBBeo.